vrijdag 26 december 2014

Goede voornemens: de speeltuinbeheerder moet terug

Kerst is weer voorbij en zo ook de periode die bekend staat als de maand van het vele vreten voorafgaand aan de goede voornemens voor het nieuwe jaar: afvallen. Onlangs stond in de weekendbijlage van de Volkskrant (30 november 2014) een groot artikel over overgewicht bij kinderen. Allerhande bekende Nederlanders zetten zich in voor gezonder eten en drinken op scholen. Dik zijn is een ziekte. Om 'Amerikaanse toestanden' te voorkomen is het overheidsbeleid gericht op bestrijden van obesitas bij de jeugd op zo'n vroeg mogelijke leeftijd. En dat is een belangrijke taak want overgewicht in de puberteit is een belangrijke oorzaak voor een levenslang overgewichtsprobleem.

Een gezond gewicht valt en staat niet alleen bij gezond eten maar lichaamsbeweging is net zo belangrijk. De computer of tablet belemmeren dat. De tablet of de computer trekt als een magneet het kind aan om spelletjes te doen al dan niet met educatiewaarde. Het is een rustpunt voor de ouders die even hun aandacht op zichzelf of iets anders kunnen richten dan te voldoen aan de eeuwige schreeuw om aandacht van hun kroost. Het gevolg is echter dat de jeugd van tegenwoordig te weinig buiten speelt. Dat vertaalt zich in een gebrek aan vitamine D (ter voorkoming van O-benen), overgewicht en slechte grove motoriek.

Een uitnodigende speeltuin is essentieel om als tegenhanger te fungeren van het binnenspelen. Wij hadden in de Jordaan, binnenstad van Amsterdam zo'n speeltuin: de Noorderspeeltuin met een beheerder die zorgde dat de speeltuin een plek was waar je je thuis voelde. Voor kinderen van alle leeftijden onderhield onze speeltuinbeheerder Trees speelgoed, fietsjes, karretjes, stelten, spelletjes, kortom van alles te doen. Trees betrok ook alle kinderen in het spel. Niemand voelde zich buitengesloten en dat op zich oefende een enorme aantrekkingskracht uit op de buurtkinderen en hun ouders. De speeltuin was verdeeld in een plek voor de hele kleintjes en plekken voor de oudere kinderen. Onder het genot van een glaasje limonade, thee of koffie wist Trees de verschillende 'bloedgroepen' uit de buurt op hun gemak te stellen.
Dikke jongetjes werden dunne jongetjes na een zomer voetballen en fietsen met Trees. Mijn kind heeft op driejarige leeftijd al leren fietsen zonder zijwieltjes op een fietsje en met behulp van Trees. Hij zal de rest van zijn leven plezier hebben van zijn goed ontwikkelde motoriek en evenwichtsgevoel dat hij zo op jonge leeftijd al verkreeg.

Nu heeft de centrale overheid steeds meer verantwoordelijkheden afgestoten aan de gemeenten. Die staan immers dichter bij haar eigen burgers en kan beleid op maat maken. De gemeente mag zelf beslissen hoe zij het beleid toepast en hoe zij het geld hiervoor verdeelt. Ondanks de doelen van de overheid en de meetbare verbeteringen in lichamelijke gezondheid heeft de binnenstad van Amsterdam in al haar wijsheid een jaar geleden ingestemd met het naar huis sturen van vijf speeltuinbeheerders. De buurtbewoners en vrijwilligers zouden die taak moeten overnemen.

De Noorderspeeltuin is nu uitgestorven. Al snel namen de oudere kinderen de speelplek van de hele kleintjes over met opmerkingen als 'rot op kleuter' om vervolgens met zijn vieren op de schommel te hangen terwijl de kleuters afdropen. Hangjongeren slapen op het doel van het voetbalveldje of hangen rond. Voor de kleintjes zijn er geen fietsjes meer. Een enkele keer is er inderdaad een vrijwilliger, maar nu er geen speelmateriaal voorhanden is en de gezelligheid met de speeltuinbeheerder is vertrokken, nodigt de speeltuin niet langer uit. Overheidsbeleid wordt op gemeenteniveau gesaboteerd. Ik zou willen dat een Bekende Nederlander dat is onder de aandacht bracht. Tenslotte is buitenspelen zoveel leuker dan een koekje laten liggen. Is dat geen goed voornemen voor het nieuwe jaar?

zondag 30 november 2014

Hart onder je riem

Tegenslag, iedereen overkomt het. De een wat meer dan de ander. Ook al had ik besloten na tegenslag nog een tandje erbij te zetten, af en toe heb ik het nodig om me aan iemands wijsheid of voorbeeld op te trekken. Vandaag kies ik voor de rolstoelrijdende (sinds zijn 39ste) en viervoudig president van Amerika: Franklin D. Roosevelt.




zaterdag 22 november 2014

Hoe verkoop je een boek

Als je van lezen houdt in het Engels, dan is Goodreads.com dé recensie website met 14 miljoen lezers om nieuwe schrijvers te ontdekken. Veel onbekende schrijvers starten door hun boek als e-book zelf te publiceren en noemen zichzelf Indie authors. Via Amazon kun je makkelijk je boek publiceren en aan de man brengen voor een prijs die je zelf bepaalt. Je kunt er zelfs voor kiezen om je boek tijdelijk gratis aan te bieden om zo nieuwe lezers te genereren. Op die manier, inclusief mijzelf, is iemand wel te porren om een schrijver uit te proberen. Als het boek heel erg bevalt, is iemand eerder bereid voor een volgend boek te betalen, is de redenatie. De Goodreadscommunity houdt elkaar op de hoogte van (gratis) downloadaanbiedingen op Amazon (nu ook Amazon.nl!) en plaatsen recensies. Een betere en eerlijkere mond-op-mondreclame kan een schrijver zich niet wensen.

In Nederland kan dat niet heb ik ontdekt. Als je zelf wilt publiceren en vervolgens je boek via een grote bekende webwinkel wilt verkopen, ben je verplicht een vast minimumbedrag af te dragen aan de webwinkel. Ik kan mijn boek dus niet onder dat minimumbedrag te koop zetten, want dan moet ik er geld op toeleggen. En mijn boek tijdelijk gratis aanbieden, is al helemaal onbetaalbaar. Dat is erg jammer. In Amerika bieden de Indie authors hun boeken voor een paar dollar aan die bij gebleken kwaliteit als warme broodjes de New York bestsellerlijst halen.

Nu is in Nederland de e-book website Elly's choice gelanceerd, waar je voor een bepaald bedrag per maand boeken kunt downloaden. Wat hun collectie is, kan alleen ingezien worden als je je op de website inschrijft. En dat vind ik dan opnieuw jammer. Weer een extra drempel voor de potentiële klant terwijl je volgens mij als je boeken wilt verkopen, het de klant toch zo makkelijk mogelijk moet maken. Ik wil als klant namelijk eerst tien keer vrij en ongezien rondneuzen, vergelijken en gratis uitproberen voordat ik tot koop overga.  

woensdag 22 oktober 2014

Niet cool



Makkelijk/Easy is de titel van de New Adult* roman van Tammara Webber die ik in een paar dagen met veel plezier heb gelezen. Het boek verpakt een onaantrekkelijk onderwerp als verkrachting/aanranding zeer succesvol in een aantrekkelijk, vlot leesbaar en herkenbaar verhaal 'hoe kom ik over de liefdesverdriet van mijn eerste, serieuze vriendje heen' voor jongeren. Webber speelt op overtuigende wijze met het mechanisme blaming the victim. Ze laat de innerlijke strijd zien die het slachtoffer doormaakt waarbij schaamte haar in eerste instantie monddood maakt met alle gevolgen van dien. Als ze dan uiteindelijk haar mond open doet, is haar geloofwaardigheid het eerste dat door haar omgeving wordt betwijfeld. De dader is namelijk een mooie jongen die de meisjes voor het uitkiezen heeft. Dat verkrachting/aanranding eerder te maken heeft met een behoefte om te domineren in plaats van een behoefte aan seks, laat Webber ook zien.

Dit boek zou verplichte kost moeten zijn op de boekenlijsten van 15+ scholieren, maar ook ouders met pubers zouden dit boek moeten lezen ter ondersteuning van de seksuele opvoeding. Nu heb ik geen idee hoe het staat met de seksuele opvoeding in Nederland, maar het feit dat een derde van de vrouwen (en 1 op de 20 mannen) in aanraking komt met seksueel geweld (Rutger Nisso Groep rapport 'seksuele gezondheid in Nederland 2009') zit hier nog wel een verbeterpunt. Ik denk dat pubers, maar ook sommige volwassenen, altijd gebaat zijn met leren nadenken over grenzen bij jezelf en bij de ander. Dit geldt op ieder vlak en ook op seksueel gebied.

De Nederlandse boekomslag speelt met de gedachte dat meisjes die op een bepaalde manier gekleed gaan 'makkelijk' zijn. De Amerikaanse cover benadrukt de romantische lijn in het verhaal terwijl de boodschap van het boek helder is: verkrachting (of aanranding) is niet cool en moet gezien worden voor wat het is: strafbaar geweld.

Webber doet dat uitmuntend.




*met de term New Adult wordt een lezerspubliek van 17-22 jaar aangeduid. 

zondag 28 september 2014

Vals dilemma

Mandela zei: “Onderwijs is het krachtigste wapen om de wereld te veranderen.” Onderwijs bestrijdt onwetendheid en stimuleert zelfstandig denken, zodat mensen een eigen mening kunnen vormen. Maar dat blijkt niet genoeg in de hedendaagse wereld waar drogredenen hoogtij vieren.

Onlangs ging ik op een vrijdagnacht om 02.00 uur 's nachts met mijn 5-jarig kind naar een huisartsenpost. Na een operatie eerder op de dag was hij ziek geworden en bleef maar overgeven. De dienstdoende huisarts vermoedde voedselvergiftiging niet gehinderd door de kennis dat mijn kind vanwege het nuchter zijn voor de operatie sinds donderdag 17.30 uur al niet meer had gegeten. Ik had ook geen verschijnselen van voedselvergiftiging terwijl wij hetzelfde aten. Ze hield haar mening vol want 'ze had die avond al drie(!) gevallen van voedselvergiftiging' gehad. Dertig uur later werd mijn kind via een andere huisartsenpost met spoed opgenomen in het ziekenhuis met uitdrogingsverschijnselen als nawee van de narcose.

Deze manier van redeneren deed mij denken aan een verhaal van een editor. Zij moest een aflevering monteren van een bekende politie-serie die zich afspeelt in het zuiden van het land. De aflevering ging over iemand die voortdurend mensen vermoordde ogenschijnlijk zonder motief. Op haar vraag waarom het personage steeds mensen vermoordde, zei de hoofdschrijver stellig 'omdat het een seriemoordenaar is'.

Volgens de bovenstaande manier van redeneren ook wel drogreden genoemd, lijkt het gestelde aannemelijk maar het klopt niet. Zowel de dokter als de hoofdschrijver reageren mijns inziens lui omdat ze snel af willen van een (kritische) vraag. Drogredenen komen voor in verschillende variaties waaronder het valse dilemma oftewel 'als je niet voor ons bent, dan ben je tegen ons'. Er is geen ruimte voor een derde andere keuze. Drogredenen worden vaak gebruikt door demagogen en zien we nu terug in het sektarisch geweld van ISIS. Ook in Jousterheerd draait alles om het valse dilemma en sektarisch geweld als gevolg.

In Nederland is iedereen verplicht om van zijn vijfde tot en met zijn zeventiende jaar naar school te gaan. Ik pleit daarnaast voor argumentatieleer op de basisschool als verplicht onderdeel van het lesprogramma. Het zou ook daarna verplicht moeten zijn op alle middelbare scholen. Worden mensen in alle lagen van de bevolking steeds luier om zelf na te denken of is het een verregaande zucht naar zekerheid zodat diegene die kritisch durft te zijn, wordt weggestuurd of erger vermoord? Een groep overleeft door discipline maar in wat voor wereld zullen we leven waar geen ruimte is voor twijfel, dingen afvragen, andersdenkenden? Is de enige zekerheid die bestaat niet dat er geen zekerheid bestaat?

donderdag 28 augustus 2014

Wauw

Schrijven is moeilijk. Afgelopen dinsdag gaf ik mijn scriptcoach een pre-eerste versie van Jousterheerd. Ik schaamde me om het op te sturen en tegelijkertijd wist ik dat ik het moest doen. Tegenslag in de boze buitenwereld leidt soms zo af, dat schrijven zelfs onmogelijk lijkt. Ik wist dat ik hem kon vertrouwen. Hij is een professional. Hij zei twee dingen: "Twijfel is een schrijver eigen" over mijn schaamte en "Wauw" over mijn pre-eerste versie van Jousterheerd. Veel meer had ik niet nodig, ondanks alle tegenslagen, kan ik weer verder. Hieronder een boost voor iedere aanstormende schrijver gevonden op een van mijn favoriete blogger/schrijver van YA Veronica Roth (Divergent Trilogie).

"Throw away the scale. There is no scale, there is only your story. Listen to the story you are trying to tell, that unconscious combination of imagination and memory and feeling, and trust it. Concentrate on expressing that as clearly as you can, concentrate on finding the language for it, but above all don’t second-guess it. It’s your true north. Because here’s the great thing about novels and writing and creating anything: Nobody else can possibly write the book you’re writing. It is yours, singular, and the more clearly it is expressed the more alive its singularity will be. If you want to be ruthless, be ruthless about clarity, be ruthless about trusting yourself, be ruthless about finding generosity for your characters, but most of all be ruthless about ignoring the inner demon that keeps telling you you’ll never be as good as Eudora Welty or Zadie Smith or David Mitchell or James Baldwin or whoever, that your novel will never be better than an 8. That inner demon is full of fear, and fear, if anything, is what reduces a novel and sterilizes its language. Fear, in writing, is a self-fulfilling prophesy. So banish it, banish the whole scale, and trust your own dark bouquet of inspiration. Thank god you’re not those other writers. We already have their books, but we don’t have yours, and I am of the mind that the world is almost always made better by more books."
- Ted Thompson (via mttball via veronicarothbooks.com)

zondag 10 augustus 2014

Zoet bloed

Als meisje van 11 jaar ging ik voor het eerst naar Suriname om kennis te maken met mijn vaderland. De reis maakte een diepe indruk op me. Het was een cultuurschok. Stads als ik was, werd ik geconfronteerd met de Natuur die onontkoombaar was in tegenstelling tot de schijnbare afwezigheid van deze in Amsterdam. Ik herinner me de eindeloze regenbuien en de volgelopen kuilen in de weg waar ineens (modder)vissen ofwel longvissen in zwommen. Ik zag voor het eerst vleermuizen die volgens mijn wijlen oom Johan 's nachts bloed dronken van koeien. Ik herinner me de vele honden die iedereen leek te bezitten, maar die toch als zwerfhonden overkwamen. Een hond van mijn oom had een wond waar de maden in zaten. Later leerde ik dat de maden het rottende vlees weg aten, dus eigenlijk 'goed' waren voor de hond. Maar de insecten, vele malen groter in hun omvang dan ik ooit gezien had en dan met name de muskieten maakten nog het meeste indruk. Leeggezogen werd ik ter plekke vanwege 'zoet bloed'. Toen ik ruim 20 jaar later nogmaals Suriname bezocht, waren het opnieuw de muskieten die me altijd wisten te vinden hoeveel deet ik ook gebruikte.

Momenteel is mijn vakantieomgeving een stuk eenvoudiger in een allerliefst vakantiehuisje in Brabant. Echter de ervaring was net zo exotisch als die eerste reis naar Suriname. Nog altijd stads en niet gewend aan de Natuur die toch echt heer en meester blijkt. Het huisje ligt tegen het bos aan ongeveer 1,5 km van het minidorpje Liessel. Het zijn de muggen die door de afwezige winter, de vele regens, hoge temperaturen en hoge luchtvochtigheid in grote getale op zoek zijn naar voedsel. Dat het huisje een vijvertje heeft met luie volgevreten kikkers heeft natuurlijk bijgedragen als broedkamer voor de bloedzuigers. Ze houden ploegendiensten aan. Wellicht huizen hier momenteel verschillende soorten die verschillende voedertijden hebben. In de avond druppelen ze binnen. Waar ze precies vandaan komen, is mijn een raadsel maar ik gok op het houten plafond in de keuken met weggevallen noesten waar ze zich schuil houden tot hun werktijd begint. 

Om 01.00 uur is het definitief happy hour, daarna komt druppelsgewijs om het uur of om de twee uur een mug rondzoemen totdat rond 05.30-06.00 uur de spits begint. Uitgeput van de hele nacht opstaan om te meppen, komen ze nu in hordes om 'het werk af te maken'. Na 06.00 uur vertrekken ze weer naar hun onzichtbare schuilplaatsen om de dag uit te zitten tot de avond valt. Maar nu niet meer. Ik ben met de bus die eens per uur komt in het naburige minidorp naar een groter dorp afgereisd waar ze een drogist (!) hebben en heb mijzelf een fles muggenspul cadeau gedaan die hoge ogen had gegooid bij omroep Max. En terecht. De eerste nacht hoorde ik de muggen langs mij heen scheren op zoek naar hun vertrouwde plekje aan de bar maar ze konden de deur niet meer vinden. Ik was aangenaam verrast, niet alles op televisie is lariekoek en soms is de mens de Natuur de baas.

zaterdag 28 juni 2014

Waar de nacht nog zwart is

Onlangs bezocht ik een bruiloft in Oudesluis, een Noord-Hollands dorp dat ooit voor de inpoldering een van de grootste sluizen van Europa was waar VOC-schepen aanlegden. Die tijd van weleer is voorgoed voorbij. Nu was het voor mij drie kwartier fietsen vanaf het station in Schagen door de weilanden. Een mooie fietstocht ware het niet dat de gehuurde OV-fiets voor mij te laag was en ik flink moest doortrappen om op tijd in de kerk te zijn. En dat terwijl ik met make-up en al niet bezweet wilde aankomen, wat natuurlijk mislukte. Toen ik de ceremoniemeester de organist hoorde aansporen: “Speel nog maar even verder” en de organist daarop antwoordde: “Zijn ze er nog niet?”, herinnerde ik me ineens weer dat deze bruid ook in het dagelijkse leven altijd te laat was. Ik had gerust wat later kunnen arriveren en nog onverhit op tijd kunnen zijn.
Terug naar Oudesluis: volgens de Wikipedia wonen hier 800 mensen. Dat zijn ongeveer evenveel kinderen die op de school zitten die mijn kind bezoekt. In een gebouw kunnen 800 kinderen een oorverdovend lawaai maken, in die dorpjes staat het geluid uit. Maar wat mij het meest opvalt aan die gehuchten is dat je zelden iemand ziet. Je ziet huizen en tuinen, geparkeerde auto's, paarden, schapen of koeien in de wei. Je hoort soms kippen en hanen in de berm. Maar waar zijn de mensen? Het is zaterdagmiddag dus ze zitten niet op kantoor. Maar aan de andere kant, kun je je afvragen: wat moeten ze op straat doen? Er zijn niet of nauwelijks winkels en de dorpsbewoners hebben blijkbaar weinig belangstelling voor een ommetje voor de lol.
Ook in Engeland waar ik een tijdje heb rondgetrokken in Noord-Yorkshire leken de dorpjes bewoond door schapen en niet door mensen. Overdag in de zon zien die dorpjes er in hun landelijke omgeving heel pittoresk uit ook al geeft de verlatenheid mij altijd een onheilspellend gevoel. Zodra de schemering invalt, blijkt dat er geen lantaarns langs de toegangswegen staan en dat die lange, romantisch door bomen overgroeide laan ineens heel erg donker wordt. De lichtbundel van de koplamp op de fiets valt weg in de zwartheid van de nacht. Er is geen overzicht meer. Horrorverhalen over Marianne Vaatstra's en Tanja Groens nemen de gedachten over en nu kan er van alles uit de struiken springen. Er is niemand die je hoort of ziet. Wat begon als een idyllisch fietstochtje op weg naar een bruiloft eindigt in paniekerige gedachten, hartkloppingen en schichtige blikken op de weg terug naar het nu ook verlaten station. Dat decor van een pittoresk, ogenschijnlijk leeg dorp waar toch van alles in gebeurt en waar de nacht nog zwart is, is het decor van Jousterheerd.



zondag 15 juni 2014

Discipline is sexy

Een van de meest opwindende verbeeldingen van groepsdiscipline is voor mij de roeiscène uit de film Skulls (VS, 2000). In deze scène gaat het om een roeiwedstrijd met zogenaamde 8+-ers (een boot met acht roeiers en een stuurman/vrouw). Op aanwijzingen van de stuurman/vrouw geeft de slag, oftewel de meest ervaren roeier achterin de boot het tempo aan. Zoals vroeger de galeislaven roeiden opgezweept door het ritme van de trommel, zo moet de stuurman/vrouw de groep motiveren net dat beetje extra te geven als ze hun maximum hebben bereikt. Dit alles gebeurt op basis van het vertrouwen dat de stuurman het beste met de groep voor heeft en de groep bereid is alles en meer te geven. Dat vind ik op zich al een heel spannend gegeven. In de betreffende roeiwedstrijd breekt de riem van een van de roeiers en vormt hij alleen nog maar loze ballast. De groepsdiscipline eist dat hij zijn riem dumpt en ook zelf in het water springt om zijn boot nog een kans te geven. Vervolgens moet de slag alles op alles zetten om de verloren tijd in te halen en de stuurman moet zorgen dat de slag in zijn tempo daar nog bovenuit weet te stijgen de andere roeiers meevoerend om te kunnen winnen. En dat lukt dankzij hun discipline. Deze vorm van totale overgave, blind vertrouwen en opoffering voor de groep vind ik in één woord: sexy.

Het idee achter discipline is een doel te bereiken dat een individu of een groep voor ogen heeft door gestaag een bepaald gedrag te vertonen en ander gedrag te mijden. Ik heb als dagbladjournalist gewerkt bij Trouw en ik genoot van de discipline die daar heerste. Een van de karaktertrekken van een goede journalist is in mijn ogen eigenzinnigheid. Zet een groep eigenzinnige mensen bij elkaar en een ieder gaat zijn eigen kant op. Dit kan interessante artikelen opleveren over uiteenlopende onderwerpen. Echter om een goed gevulde krant dagelijks van de persen te laten rollen moeten alle neuzen op hetzelfde moment dezelfde kant op wijzen. Geschillen werden al dan niet tijdelijk opzij gezet om maar te kunnen voldoen aan die discipline om samen de beste krant op tijd af te maken en dat vond ik iedere keer weer fascinerend.
De discipline van een groep kan ook heel benauwend zijn, vooral als er gedrag wordt verlangd die tegen je eigen inborst ingaat. De vraag is dan of er nog een gemeenschappelijk doel wordt gediend of dat iemand vanuit eigenbelang de groep een discipline oplegt. Groepsdiscipline is een belangrijk element in het verhaal Jousterheerd. Het is aan het hoofdpersonage om te ontdekken of dat sexy is of heel erg benauwend.


video
Skulls - roeiscène

donderdag 29 mei 2014

In het holst van de nacht

Toen ik 12 jaar geleden een scriptschrijfprogramma volgde aan het Binger (een postdoc internationale scenario-opleiding) kreeg ik te horen dat vanaf nu ik nog één mantra in het leven had: all your time, is writing time. De opleiding was zeer intensief. Na een paar maanden 24/7 schrijven, film analyseren, brainstormen en leren, was ik in Cannes voor het filmfestival en het appartement waar ik verbleef, begon te draaien met mij als middelpunt. Ik was in Cannes om mijn filmproject aan de man te brengen op de vele borrels, cocktailparties en elke avond in het café voor filmprofessionals Le petit Majestic. Een naam die ik vanwege het Engelstalig karakter van de opleiding lang onthield als Le petty Majestic tot ik op de laatste avond het bord boven de markies van het café las en zag dat er petit stond.
De belangrijkste missie voor pro's tijdens een filmfestival is niet films kijken maar netwerken, ontdekken wie wie is en vervolgens jezelf in de kijker spelen. Wat daarbij helpt is de Cannes filmguide waarin alle gecrediteerden met naam en toenaam worden vermeld. Natuurlijk kost zo'n dik boekwerk geld, geld dat ik als arme student niet had. Ik bezocht de filmmarkt met mijn Aziatische collega en zag op een verlaten standje twee gidsen liggen. Dat was boffen, jammer dat het in het Chinees was geschreven zei ik tegen mijn collega terwijl ik hem de gidsen schonk. Hij keek mij bevreemd aan en gaf mij één gids terug, met de opmerking dat het gewoon Engelstalig was. Ik gebruik geen drugs en het was voor mij de eerste keer om te ontdekken dat vermoeidheid zo'n realiteitsvervormend effect kon hebben.

Het gaf niet, want ik was alleen en hoefde voor niemand te zorgen. Nu ziet mijn leven er heel anders uit. Ik ben een alleenstaande moeder met een kind van vier. Zijn geboorte zette mijn wereld op zijn kop en al mijn tijd werd babytijd. Toch begon dat te wringen en ik keek uit naar de basisschooltijd. Ik moet zeggen dat ik vroeger (pre-babytijdperk) mijn tijd als het ware over de balk smeet. Nu ik heel weinig schrijftijd heb, werk ik superefficiënt direct aan mijn verhaal vanaf het moment dat ik alleen ben totdat ik hem ophaal voor de lunch. Toch bleek dat in de praktijk niet genoeg en 's avonds werkte ik door moeheid half niet zo productief. Nu sta ik al een tijdje om 03.30 uur in de ochtend op. Het voelt wel als in het holst nacht en dat is wennen en niet altijd makkelijk, maar het komt het schrijven ten goede en vooral de wakkere droomstaat waarin ik moet verkeren om het verhaal binnen te treden. Ik heb nog energie anders dan aan het eind van de dag en mijn hoofd is nog niet vervuild met al dan niet dagelijkse beslommeringen. 's Avonds onderuitgezakt op de bank een dvd'tje kijken, is er niet meer bij want dan lig ik net als mijn kind te ronken. Schrijven, je moet er wat voor over hebben. 

maandag 12 mei 2014

Testing the waters

Ik schrijf omdat ik gelezen wil worden. Ik ontwikkel mijn eigen verhalen en daar beleef ik een ongeëvenaard plezier aan. Het plezier bestaat niet alleen uit het ontdekken van het verhaal, dat heel spannend is, maar ook het vooruitzicht anderen te kunnen vermaken, ontroeren en/of te laten nadenken.

Nu kan ik ergens heel enthousiast over zijn, maar dat is niet bij voorbaat een garantie dat anderen dat ook zullen zijn. Een graadmeter is of een uitgever je verhaal ziet zitten als je niet van plan bent om het zelf uit te geven. Literair agent Paul Sebes pleit al jaren dat de schrijver zich moet opstellen als ondernemer. Sec gezegd betekent dat dat ik mijn product moet testen in de markt. Dat testen heb ik zes weken geleden gedaan bij een uitgever die maandelijks een soort audiëntie hield in een boekenwinkel. Je kon je ter plekke aanmelden met een synopsis van je boekidee of uitgewerkt verhaal. Vervolgens kreeg je minimaal 2 minuten of meer als de pitch smaakte naar meer. Ik had ervan gehoord via een collega-schrijver, maar ik zag het als verspilde tijd en moeite. Ik zat net een paar maanden in het verhaal/Jousterheerd en dat is een broze periode. In die begintijd moet het verhaal zich kunnen ontwikkelen zonder bemoeienis van buitenaf is mijn ervaring (en het advies van Stephen King). Ik geloof in organische groei van een verhaal dat van binnenuit naar buiten wordt opgebouwd, zeg maar de fundamenten. Commentaar dat te vroeg komt, laat de schrijver zwabberen. Hij/zij wordt onzeker, verliest het contact met het verhaal en welke kant het op wil gaan alsof je de muren van een huis neerzet zonder fundering. Vroeg of laat stort het in elkaar.

Mijn collega-schrijver ging wel, niet om te pitchen maar om zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen: testing the waters. Ze kwam tot de conclusie dat de uitgever geen monster leek en dat uitproberen een optie was. Het was voor mij voor het eerst sinds jaren dat ik een verhaal heb gepresenteerd met het doel om het te verkopen. Geloof me, dat is eng, dat is iets om heel nerveus van te worden omdat een pril verhaal nog zo een deel van jezelf is. Toch is het belangrijk om te doen, want door het te pitchen, merk je bij jezelf of je het verhaal al dan niet kent. Als je niet kunt vertellen waar het over gaat, dan is het te vroeg. Hoe de ander het verhaal ontvangt, vertelt je ook veel, maar deze uitgever was gepokt en gemazeld en liet zijn gezicht niet lezen.

Ik heb een alleraardigste afwijzing gekregen, eentje waar ik blij van werd. Ik moest vooral volhouden ook al paste het niet in hun fonds en op naar de volgende uitgever. Het bevestigde voor mij dat ik met Jousterheerd op de goede weg zit.

dinsdag 29 april 2014

Scenariodenken of bekijk een gebeurtenis door een andere bril

Het idee dat scenaristen worden ingezet om mogelijke gebeurtenissen uit te denken waar een veiligheidsdienst zijn voordeel mee kan doen, spreekt mij erg aan. Ook de Nederlandse politie is bekend met en maakt gebruik van het 'scenariodenken'. Hierbij gaat het niet zozeer om de voorspellende waarde van deze scenario's als wel om het ontwikkelen van nieuwe gezichtspunten. Het scenario geeft de mogelijkheid om de verschillende keuzes en de effecten daarvan uit te werken vóórdat de keuzes zijn genomen en de effecten voelbaar zijn. Het proces op zich is een leermoment want de focus ligt niet bij het direct antwoord geven op vragen en aanbieden van oplossingen maar op het stellen van de juiste vragen. (drs. A. Osse, NPA, 1 juli 2002)

Het stellen van de juiste vragen begint bij het vermijden van voor de hand liggende aannames. Deze aannames worden niet uitgesproken maar ontstaan doordat 'gaten' in de informatie worden ingevuld met gangbare opvattingen van de luisteraar. Ik geef als voorbeeld dat een man wordt gevraagd om te helpen met het leegruimen van een gemeenschappelijke ruimte waar ook zijn spullen staan. De man antwoordt: “Sorry, ik kan echt niet helpen. Ik ben een alleenstaande vader van drie kinderen!” Daarmee probeert de man te suggereren dat hij al zijn tijd kwijt is aan de verzorging van zijn drie kinderen en daarom zou er geen tijd over zijn om te helpen met leegruimen. Iemand die gezinnen met meerdere kinderen van dichtbij kent, zelf kinderen heeft of alleenstaande ouder is, kan zich goed verplaatsen in het idee dat de zorg van drie kinderen een druk bestaan oplevert. Het is dan een geldig excuus om geen tijd vrij te kunnen maken. Maar dit is een aanname.

Door de onuitgesproken suggestie niet aan te nemen maar door de juiste vragen te stellen, blijkt dat de man biologisch gezien weliswaar drie kinderen op de wereld heeft gezet, maar dat hij de drie kinderen heeft met drie verschillende moeders. Twee kinderen wonen fulltime bij de moeders en slechts één kind woont parttime bij hem. Deze informatie werpt een hele ander licht op zijn opmerking. Hij is inderdaad vader van drie kinderen, maar slechts één kind kost hem parttime tijd. De gewekte suggestie is dan geen geldig excuus om niet te kunnen leegruimen.

Iedereen kent inmiddels het verhaal van een juwelier die werd overvallen in zijn winkel en het gebruik van een vuurwapen door zijn vrouw. Als gevolg daarvan raakte de juwelier gewond en zijn twee overvallers werden doodgeschoten. Op de televisie werd een animatie getoond van een reconstructie van de gebeurtenis. De overvallers vielen de juwelier aan in de winkel en zijn vrouw heeft vanuit een aangrenzende ruimte door een dichte deur geschoten. De advocaat van de juwelier en zijn vrouw maakte daarbij de opmerking dat de vrouw handelde vanuit blinde paniek en dat moest wel volgens hem want anders zou ze niet door een dichte deur hebben geschoten met het risico dat haar eigen man geraakt zou worden, wat ook was gebeurd.

Eerder had ik het artikel gelezen dat dezelfde juwelier 10 jaar geleden was veroordeeld voor poging tot doodslag. Volgens dat artikel had de man zijn vrouw zoenend met een andere man betrapt in een café. Hij was daarbij zo boos geworden dat hij de andere man dermate had mishandeld dat hem poging tot doodslag werd opgelegd.

Deze informatie nodigde mij als schrijver/scenarist uit het verhaal in een heel ander licht te bekijken. Ten eerste is het zaak om aannames direct los te laten en de steeds terugkerende vraag te stellen: “wat als”.
  • Wat als de echtgenote ongelukkig was in haar huwelijk, ze was al een keer op vreemdgaan betrapt.
  • Wat als de man gewelddadige en bezitterige trekken heeft, omdat hij iemand bijna dood heeft geslagen die zijn vrouw had durven zoenen.
  • Wat als de vrouw daarom bang was voor de man en zich gevangen voelde in het huwelijk en vanwege eerdere gebeurtenis niet bij hem weg durfde te gaan.
  • Wat als de overval voor de vrouw een uitkomst was om door een dichte deur te schieten in de hoop dat hierbij haar man om het leven zou komen zodat zij van een ongelukkig huwelijk verlost zou zijn zonder in angst te leven voor represailles.
Het spelen met aannames is een ideale manier voor een schrijver om een verhaal te beginnen om vervolgens de lezer op het verkeerde been te zetten. In Jousterheerd vindt een familiedrama plaats waarbij de lokale huishoudster ook om het leven is gekomen. Zij was op de verkeerde plaats en op de verkeerde tijd, zo stelde de politie of was dat een aanname? Tot ziens in Jousterheerd.

zondag 20 april 2014

Zondag Lokdag

Ontkenning als overlevingsstrategie

Mensen fascineren mij mateloos en dat is voor mij een van de redenen om te schrijven. Als journalist deed ik mij te goed aan het vraagtekens zetten bij menselijk gedrag. Het was voor mij een logisch vervolg om die interesse, de keuzes die mensen maken uit te diepen als fictie-schrijver.

Vandaag hoorde ik tijdens de Paasbrunch het verhaal over een vrouw die haar man na een decennialang huwelijk had verlaten voor een getrouwde minnaar. Deze minnaar had beloofd ook zijn partner verlaten zodat ze samen verder konden. Slechts 2% van de getrouwde mannen verlaat daadwerkelijk zijn vrouw voor een minnares. De man in kwestie was geen uitzondering en ontstak in woede toen de minnares de echtgenote op de hoogte bracht van de affaire en zijn aanstaande vertrek. De man had niet echt de intentie om zijn vrouw te verlaten en wilde nog altijd de affaire geheim houden. Hij vertrok naar zijn minnares om zijn woede te koelen en heeft haar geprobeerd te wurgen. Brede blauwe sporen staan op haar keel. Zij doet echter geen aangifte bij de politie. Waarom niet? Omdat zij zegt van deze man te houden en zij niet wil dat hij nog meer in de problemen komt dan hij al zit met zijn boze echtgenote.

Voor een buitenstaander klinkt het ongelofelijk dat deze vrouw haar ex-minnaar en bijna-moordenaar de hand boven het hoofd blijft houden. Voor mijn verhaal Jousterheerd was ik geïnspireerd door de film Le Boucher van Claude Chabrol, waarbij een eenzame schooljuffrouw valt voor een seriemoordenaar. De werkelijkheid laat zien dat zij minstens zo grimmig is.
Een vrouw als deze beschreven in het bovenstaande lijkt op het hoofdpersonage in Jousterheerd. Zij, getekend door diepe eenzaamheid, raakt verstrikt in een relatie die haar het leven kan kosten. In het begin is zij onwetend, maar naar mate het verhaal zich ontvouwt, komen er meer en meer vraagtekens aan de oppervlakte. Toch blijft de vrouw volharden in de ontkenning van de werkelijkheid omdat zij haar behoefte aan 'een man' en het uitzicht op een kind belangrijker acht dan haar eigen veiligheid.

De hele gemeenschap bij Jousterheerd waarvan zij deel wil uitmaken, heeft ontkenning als overlevingsstrategie. Het is de lijm die alles bij elkaar houdt en misschien zelfs sterker werkt als er doden zijn gevallen. Tot ziens in Jousterheerd!

maandag 7 april 2014

Over het boek en zijn filmrechten

Onlangs was ik aanwezig op een netwerkdag voor filmmakers met een filmplan en een boekplan. Het heette De Proeftuin. Hier kon je je plan uittesten bij dramaturgen en filmcollega's en contacten leggen met andere makers. Het was voor mij de eerste keer en de gastsprekers vond ik het meest interessant. Een van de gastsprekers was Emile op de Coul, een special salesmanager die vijf aan Querido gelieerde uitgeverijen vertegenwoordigde. Nu zul je je wellicht afvragen: wat doet een uitgever tussen filmmakers? Verfilmingen van boeken zijn geliefde projecten van filmproducenten en hun geldschieters. Een bestaand lezerspubliek staat gelijk aan een gegarandeerd minimum aantal bezoekers in de bioscoop als het boek een bestseller betreft. In dit kleine land is een film maken al gauw (te) duur en moeten de hoge aantallen bioscoopbezoekers en een dvd-verkoop zorgen dat de producent en de geldschieters quitte draaien.

Maar wat houdt de schrijver er aan over? Als je voor een boek een (model)contract afsluit met een uitgever, dan geef je hem ook de ruimte om de filmrechten van het boek te verkopen aan een filmproducent. In tegenstelling tot vertaalrechten van een boek wordt er geen veiling gehouden voor filmrechten. Het is wie het eerst komt, die het eerst maalt en dat is de producent die een optie neemt op jouw boek. Als het boek nog geen bestseller is, zoals in eerste instantie het geval was voor Komt een vrouw bij de dokter, worden de filmrechten voor een 'bescheiden' door de uitgever bepaald bedrag verkocht. Voor de schrijver komt dat neer op ongeveer 40% van dat bedrag.

Sinds de rechtszaak van Tommy Wieringa en zijn veto over het filmscript van zijn boek Joe Speedboot, is het voor een schrijver niet meer mogelijk om achteraf een verfilming tegen te houden. Het moment dat je tekent, vertrouw je de verfilming van je boek toe aan die producent. Het enige dat je kunt doen als je boek onherkenbaar verkracht blijkt in het filmscript, is eisen dat je naam niet aan dat filmproject mag worden verbonden. De vraag is: wil je dat? De hoop is namelijk dat door de uitbreng van een boekverfilming dat de verkoopcijfers van jouw boek omhoog schieten. Een winstpercentage van de film zit er voor de schrijver volgens Op de Coul zelden in ook al leg je die contractueel vast. In Nederland maken producenten op papier 'na aftrek van (on)kosten' nauwelijks winst.

Hij vertelde echter ook dat een succesvolle boekverfilming gek genoeg niet altijd een stijgende boekverkoop inhoudt. Soms is de film heel succesvol en alle vervolgfilms ook zoals de Mees Kees serie, maar de boekenserie blijft in de winkel liggen.

Ben je zowel vertrouwd met het schrijven van scenario als het schrijven van een manuscript, dan loont het volgens mij om de filmrechten uit het modelcontract met de uitgever te halen. Op die manier kun je als schrijver zelf een licentie van je filmrechten uitgeven aan een producent in plaats van ze voor een eenmalig bedrag te verkopen. Tevens kun je in dat contract een 'normaal' honorarium en winstmarge vóór aftrek van onkosten afspreken. Het vergt wat onderhandeling, maar uiteindelijk moet de schrijver kunnen blijven schrijven en dat kan alleen als ook zijn schoorsteen blijft roken.